Imkervereniging Deventer


Deventer imker in Congo!

Omdat ik ben opgeleid als tropisch landbouwkundige in Deventer, combineer ik mijn interesse in bijen met een mondiale belangstelling. Daarom heb ik ook een aantal jaren geleden zitting genomen in de commissie internationale contacten van de NVB. Heeft niet veel om het lijf, want met 1 of 2 vergaderingen per jaar en wat mailwisseling heb je het wel gehad. Dacht ik! Want dankzij de contacten in de commissie lag er vorig jaar opeens een verzoek van Agriterra op tafel om een Nederlandse imker naar de collega-bijenhouders in Congo te sturen…

Het leek mij natuurlijk meteen een prachtig uitstapje. Ik stapte luchtig over een aantal mits en maren heen en stak mijn vinger op. Na enkele malen uitstel, kwam het er uiteindelijk van. Eind februari ging ik twaalf dagen op reis bij onze collega-imkers in de provincie zuid Kivu in RD Congo. Het  werkbezoek illustreert  de werkwijze van Agriterra: zij brengen mensen uit de Nederlandse (landbouw)praktijk in contact met hun collega’s in ontwikkelingslanden om op die manier een vruchtbare uitwisseling tot stand te brengen.

Ik heb genoten van die avontuurlijke reis en vertel graag in onze Deventer nieuwsbrief iets meer van de manier waarop er kan worden geïmkerd met de Afrikaanse bij.

Klimaat en bodem in Kivu zorgen voor een ecosysteem waarin de Afrikaanse savannebij (apis mellifera scutellata) van nature thuishoort. In het landschap is overal de (bevolkings)druk op landbouwgrond te herkennen; akkers worden op elke beschikbare plek aangelegd zonder hoogtelijnen te respecteren. Dit intensief gebruik van hellinggronden laat veel erosiesporen zien. Alleen in het park Kahuzi Biega is nog een groot deel van de oorspronkelijke bosvegetatie aanwezig maar overal elders overheersen de cultuurgewassen en snelgroeiende boomsoorten als eucalyptus maar ook  leucena-, caliandra- en acacia- soorten.

De mensen wijzen veel planten aan die door de bijen worden bezocht (klaversoorten, distels) en ook gewassen als koffie, zonnebloem, banaan en bonen kunnen plaatselijk een dracht van betekenis opleveren.

Water lijkt overal redelijk beschikbaar, al zal een langere droge periode tot een gebrek aan water en voedsel voor de bijen kunnen leiden. Opvallend was het gedrag van de bijen op een lokale markt; vlakbij de molens en verkopers van cassavemeel waren bijen druk in de weer met het poederfijne cassavemeel verzamelen. Dit zou kunnen duiden op stuifmeelgebrek in een deel van het seizoen.

In de periode van februari tot maart ontwikkelen de volken zich, vanaf april tot in augustus zwermt de savannebij (aangezet door overbevolking van de nestholte, door verstoring of door voedselschaarste). De periode vanaf oktober tot februari wordt genoemd als een rustperiode. Het seizoensritme (neerslag) is de laatste jaren minder goed voorspelbaar in het gebied maar over het algemeen wordt gesproken over een kleine oogst in maart/ april en een grote oogst in augustus/september.

De neiging bestaat om (grote, tot 80 korven!) bijenstanden aan te leggen op boshellingen, verder verwijderd van bewoond gebied of akkers. Een imker vertelde dat landbouwers hem toch hebben gedwongen zijn stand te verplaatsen omdat zij overlast vrezen van de (agressieve) bijen. Maar er zijn ook imkers die korven op hun eigen huis, of (hoog) in het dorp plaatsen en zo in goede verstandhouding met hun buren “graag laten zien dat zij imker zijn”.

De huidige bedrijfsmethode bestaat over het algemeen uit het aanbieden van een geschikte korf waarmee bijenzwermen worden opgevangen. Door de bezette korven (soms “kisten” zonder ramen, soms topbar-hives) op één plek bij elkaar te brengen en die vervolgens te beheren, kan de imker profiteren van de opbrengst van “zijn” bijen. Deze traditionele houderij volgt de natuurlijke cyclus van de savannebij en is geheel afhankelijk van de toevallige mee- of tegenvallende opbrengst van de volken die zijn verzameld in de stand van de imker. De bijen komen en gaan volgens hun natuurlijke cyclus en het wegtrekken/ leegzwermen en weer bezet raken van de korven wordt als gegeven beschouwd.

Het werk van de imker bestaat voornamelijk uit het beschermen van de korven tegen regen, brand, natuurlijke vijanden en dieven. Doordat de korven niet altijd goed zijn afgewerkt en gesloten en ook nauwelijks zijn aan te passen aan de volksgrootte, zijn een aantal plagen aanwezig: muizen (chinchilla’s), slangen (?), kakkerlakken, zwarte mieren, wasmot, kastkever.

Uitwisselen van verbeteringen zal volgens mij ook kunnen leiden tot een verhoogde productie uit de traditionele korf. Het naast elkaar bestaan van de traditionele korfimkerij en de moderne kastimkerij heeft als voordeel dat het oude systeem bijen(volken) en was produceert voor het nieuwe systeem. Daarnaast bieden de korven een kleinere maar meer betrouwbare honingopbrengst terwijl de (potentieel grotere) opbrengst uit de kasten eerst nog onzeker zal zijn.

Ik beloof jullie op de hoogte te houden van verdere contacten met onze collega’s apiculteurs en apicultrices in Kivu. Misschien zullen er in de toekomst nog concrete vragen komen die ik dan bij wijze van uitwisseling, niet alleen voorleg aan de cie-leden van de NBV maar net zo goed aan de Deventer imkers (m/v).

Want volgens mij kan het alleen maar heilzaam werken als we contact onderhouden tussen Noord en Zuid en elkaars leefwereld proberen te begrijpen.  Want zelfs als onze huidige regering niets ziet in ontwikkelingssamenwerking, blijf ik ervan overtuigd dat investeren in een betere verdeling van welvaart, kennis en mogelijkheden, noodzakelijk is voor het bouwen aan een meer duurzame samenleving.

Frank Leenen

Imkerdepot 'Over de IJssel'

Hier koop je alles wat je nodig hebt op imkergebied en praat je onder het genot van een kopje koffie bij met collega-imkers. Openingstijden? Check ze op Bee Happie of bel Hilbrand Meijer op 06 – 51 340 873.

Kaart
Tweet