Imkervereniging Deventer

Agenda

De jaarvergadering IVD is uitgesteld.

Lezing Tjeerd Blacquière, Dinsdag 13 oktober 2020, Aanvang 19:30
Locatie nog niet bekend

Onze westerse honingbijen werden vanaf de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw (in NL sinds 1983) geconfronteerd met de parasiet Varroa destructor. Al snel bleek dat de parasiet dodelijk was voor onze volken (en ook voor de laatste wilde volken), zonder bestrijding leek de situatie hopeloos. Vandaar dat er werd ingezet op bestrijden, en dat doen we nog steeds, en zelfs steeds beter gezien de terugloop va de sterfte. Alleen: als je afhankelijk wordt van bestrijden, is dat blijvend, want de volken kunnen nooit beter bestand worden tegen de mijt. Tenzij via selectie, maar tot op heden is daarmee niet al te veel bereikt, en selectie op zichzelf heeft ook al bijkomende nadelen.

Maar toen, 2005-2007, kwamen daar de eerste hoopgevende berichten: in Arnot Forest (Ithaca, New York) overleefde de populatie bijenvolken, en bleef ook even
groot, voor en na Varroa. In Frankrijk vond Yves LeConte overlevende bijenvolken in verlaten bijenstanden, die overleefden zonder inmenging van imkers. In Zweden liet Ingemar Fries 150 volken met Varroa het zelf ‘uitzoeken’ op een landtong aan het Eiland Gotland
in de Botnische golf. Na veel sterfte ontstond daar na een paar jaar ook aanpassing en betere overleving. Dus het kan wel, mits zonder dat imkers de leiding nemen. En mits het op een geïsoleerde plek gebeurt (zodat de koninginnen en darren van de eigen groep
onderling paren).

Voor ons waren deze berichten de reden om in 2008 zelf ook een programma op te zetten: onze vraag was: zou je zulke ‘natuurlijke selectie’  ook kunnen toelaten
in de zetting van een gewone imkerij, en daarmee je bijen zachtjesaan meer weerbaar tegen de Varroamijt kunnen krijgen? Onze uitgangspunten waren: 1: stop Varroa te bestrijden; 2: splits de volken in het voorjaar, als ze toe zijn aan het zwermen, in vieren
(met in elk kwart een eigen jonge koningin, een kwart van de eigen darren en werksters en broed, en een kwart van de eigen mijten, enz); 3: laat de koninginnen en darren onderling paren, en de volkjes daarna snel groeien tot de herfst om voldoende sterk te
zijn om de winter te overleven. En volgend voorjaar opnieuw: de overlevende en goed gedijende volken als het tijd is: in vieren enz….Omdat wij het voor onderzoek doen, hielden we ook een groepje volken aan die precies gelijk werden behandeld, maar waarin
we wel Varroa bestreden, om later te kunnen vergelijken.  

Nu hebben we inmiddels nog steeds populaties volken levend (al 12 jaar niet bestreden!), waarin Varroa minder snel groeit, maar ook minder schade doet (al
weten we nog lang niet hoe dat alles werkt). Kortom, het is een succes, hoewel er meteen bij gezegd moet worden dat het niet zo is dat je ‘met dit materiaal’  van Varroa af bent. Het is ook zeer de vraag, of eigenlijk niet eens, of je dat ooit kunt bereiken.
En het is ook zo dat ons systeem (er is een broedonderbreking, en de varroamijt-populatie wordt elk jaar gevierendeeld) de bijen een beetje helpt, maar het systeem doet dat wel heel erg vergelijkbaar met de natuur!

Een logische vervolgvraag is: kun je met de volken uit deze selecties nog goed ‘gewoon’  imkeren? Halen ze honing? In het systeem van onze selectie konden
we geregeld heel goed voorjaarshoning halen (Fruit, blauwe bes), maar lindenhoning halen we nooit, dan zijn de volken net gesplitst (overigens halen we soms met die gesplitste volkjes nog wel een beetje heidehoning!). Je zou dat wel willen weten, en in 2018-19
hebben we gekeken naar de overleving, grootte, honingopbrengst enz. van volken uit de selecties in een meer normaal imker-systeem. Daarin deden onze volken niet onder voor gangbare volken waarin Varroa was bestreden (in de onze niet!).

We buigen ons nu over de vraag hoe je, bijv. met een groep imkers, zo een selectie programma kunt opzetten, en hoe je dat goed kunt integreren met je normale
imkerij. Daar zitten nog best wat haken en ogen aan, maar er zijn ongetwijfeld ook heel veel creatieve mogelijkheden.

Behalve de erfelijke kant zoals tot nu toe behandeld, wordt onder Darwinistisch imkeren ook begrepen dusdanige vormen van imkeren te zoeken en te gebruiken,
die de bijen helpt om hun eigen weerbaarheid maximaal te gebruiken. Sommige zijn vrij eenvoudig toe te passen, andere wat lastiger. Tom Seeley heeft een overzicht gepubliceerd, daaruit zal ik een aantal behandelen.

Inwinteravond 13 november 2020

Tweet